sneeuw - kies de puzzel om op te lossen

Sneeuw is een vorm van neerslag die bestaat uit ijskristallen. In Nederland en België valt gemiddeld op ongeveer 30 dagen per jaar sneeuw, maar er gaan jaren voorbij zonder sneeuwval van betekenis. De hoeveelheden zijn er bovendien gemiddeld klein vanwege het ontbreken van stuwingsneerslag. Anders is dit bijvoorbeeld in een gebied als het Kleinwalsertal in Oostenrijk of Oregon in het noordwesten van de Verenigde Staten. In dat laatste gebied zijn sneeuwhoogtes van vijf meter geen uitzondering. Wel kunnen boven de Noordzee boven het relatief warme zeewater makkelijk zware sneeuwbuien ontstaan die bij een noordelijke stroming met name op de Waddeneilanden buitengewoon forse hoeveelheden sneeuw kunnen achterlaten, zoals in 1987 op Terschelling. Als er tijdens de kerstdagen sneeuw ligt, dan is er sprake van een witte kerst. Bij temperaturen onder het vriespunt vormt sneeuw zich wanneer waterdamp tot ijskristallen verrijpt zonder tussenvorm van waterdruppels. Dit proces vindt vooral plaats tussen −5 en −20 °C en optimaal bij een temperatuur rond −12 °C. Bij deze waarde is het verschil in de dampdruk ten opzichte van water en ijs het grootst en gaan watermoleculen van onderkoelde waterdruppels naar vrieskernen. Deze vrieskernen dienen als een soort katalysator en brengen de bevriezing versneld op gang.