natuurlijk voedsel - kies de puzzel om op te lossen

Voedsel of spijs is voornamelijk organisch materiaal: materiaal, afkomstig van andere organismen, waaruit heterotrofe organismen hun voedingsstoffen betrekken. Het gaat daarbij met name om weefsel, in vaste (algen, plankton, twijgen, bladeren, gras, stuifmeel, zaden, vruchten, ongewervelden (insecten, slakken, regenwormen) en vlees), of vloeibare vorm (bloed). Bijen en vlinders voeden zich, naast stuifmeel, vooral met nectar, en ander vloeibaar niet-cellulair organisch materiaal. Pasgeboren zoogdieren worden gevoed met moedermelk. Door verwerking van het ingenomen voedsel, namelijk stofwisseling binnen het ontvangende organisme, bij dieren voorafgegaan door spijsvertering, verkrijgen dieren en heterotrofe micro-organismen de stoffen die ze nodig hebben voor de opwekking van energie, voor hun groei en voor het onderhoud van hun eigen cellen/weefsels. Organismen die hun voedingsstoffen betrekken van andere organismen zijn heterotroof (Grieks voor anders-voedend). Organismen, zoals planten en algen, die in staat zijn organische verbindingen uit anorganisch materiaal aan te maken zijn autotroof (Grieks voor zelfvoedend). Zij produceren hun eigen organische stoffen (koolhydraten, eiwitten) via fotosynthese. Autotrofen staan aan het begin van iedere voedselketen: ze vormen, direct of indirect, het voedsel voor de heterotrofen. In de ecologie zijn de autotrofen producenten, heterotrofen zijn in een ecosysteem de consumenten en de reducenten.