landgoed - kies de puzzel om op te lossen

Eigendom is het recht van een rechtssubject om over een zaak (stuk grond, voorwerp, hoeveelheid geld enz.) naar eigen goeddunken te beschikken en anderen van deze beschikking uit te sluiten. Eigendom van een natuurlijke persoon heet particulier, privaat eigendom en privé-eigendom; eigendom van een gemeenschap gemeenschappelijk of collectief eigendom; eigendom van een staat heet publiek eigendom of staatseigendom. De rechthebbende van de eigendom van een zaak wordt eigenaar genoemd. In het dagelijks spraakgebruik en in andere wetenschappen dan het recht wordt bezit vaak als synoniem van eigendom gebruikt. Het (Nederlands) recht maakt hier echter een onderscheid: bezit is hier slechts het feitelijk kunnen beschikken over een zaak inhoudt — de zaak kan bijvoorbeeld ook geleend, gehuurd, gepacht of gestolen zijn. De regulering van eigendom is een van de meest fundamentele onderdelen van een maatschappijordening, omdat ze de economische dingen bepaalt: wie is eigenaar van schaarse productiemiddelen als grond, delfstoffen, industrie? Deze vraag heeft in de loop van de geschiedenis conflicten opgeleverd, variërend van filosofisch debat tot oorlogvoering. Het hedendaagse eigendomsbegrip vindt zijn oorsprong in de liberale traditie van de vroegmoderne tijd. Van de vroege liberalen meenden Hobbes en Hume dat eigendom een onnatuurlijk verschijnsel was, dat dus enkel ingesteld kon worden door de staat: in de natuurtoestand behoort de aarde aan de gehele mensheid toe.Een radicalere filosofie van de eigendom is te vinden bij John Locke. Het alleenbeschikkingsrecht op land rechtvaardigde Locke op basis van productieve arbeid: in zijn tweede Treatise on Government poneerde Locke eerst dat ieder mens eigendom over zijn lichaam heeft, en daarmee eigendom over de vruchten van zijn arbeid.